Welke vragen stel je als bestuurder voordat je besluit over een nieuw systeem voor medewerkers?

Het korte antwoord

Als bestuurder stel je tien vragen voordat je besluit over een nieuw systeem voor medewerkers: over het probleem dat het oplost, het gebruik op de werkvloer en wat het op termijn van je organisatie vraagt. Bij elke vraag staat wie het antwoord ophaalt. De lijst komt van Sibi en geldt voor elke aanbieder, ook voor Sibi.

Op je tafel ligt een voorstel voor een nieuw systeem voor medewerkers. Het is goed voorbereid, de aanbieder had op elk bezwaar een antwoord en de demo liep soepel. Wat een demo niet laat zien, is of het systeem over drie jaar nog gebruikt wordt.

Voor Jannette Booij, toen bestuurder van Huize Rosa in Nijmegen, stond bij de digitalisering van haar organisatie “niet de technologie centraal, maar het verandervraagstuk”, vertelde ze aan ICT&health. Ook een nieuw systeem voor medewerkers is minder een ICT-besluit dan een besluit over verandering. Omdat zo’n systeem draait om het bereiken en vasthouden van medewerkers, hoort het bij medewerkersbehoud als bestuursopgave.

Je kunt de tien vragen ook meegeven aan wie het voorstel voorbereidt, zodat elk antwoord al in het voorstel staat. Het lastigste deel zit op de werkvloer, want zorgmedewerkers bereiken is iets anders dan een bericht versturen. Drie van de tien vragen gaan daarover, de andere over het probleem zelf en over wat het systeem op termijn vraagt.

Wie haalt welk antwoord op?

Jij neemt het besluit, maar de antwoorden hoef je niet allemaal zelf te zoeken. Wat je wel bewaakt, is dat het besluit onderweg te toetsen blijft, zoals de Governancecode Zorg vraagt:

De Governancecode Zorg vraagt de raad van bestuur om een besluit zo voor te bereiden dat mensen met verschillende deskundigheid en de betrokkenen zelf het kunnen toetsen en erover kunnen adviseren. De voor- en nadelen en de risico’s moeten daarbij zichtbaar blijven zolang het besluit in voorbereiding is.

Bron Governancecode Zorg 2022, bepaling 2.4.1 (Brancheorganisaties Zorg), geraadpleegd op 29-09-2026. Weergave in eigen woorden. Opent in een nieuw venster

In de praktijk stel jij de vragen en halen anderen de antwoorden op. Meestal zijn dat HR, ICT en communicatie, omdat daar de kennis van de systemen zit. Hoe die drie in een zorgorganisatie kunnen samenwerken, lees je in het artikel over de samenwerking tussen HR, communicatie en ICT.

De meeste antwoorden op de vragen van een bestuurder over een nieuw systeem voor medewerkers komen uiteindelijk van de aanbieder. Per vraag verschilt wie het antwoord ophaalt:

Nr

Vraag

Wie haalt het antwoord op

1

Welk probleem lossen we op, en hoe zien we dat het gelukt is?

Jijzelf, met het cijfer van nu van HR

2

Kan wat we al hebben dit ook, en wat precies niet?

ICT, samen met HR

3

Wat werkt vandaag bij een organisatie zoals de onze, en wat is nog in ontwikkeling?

HR; het referentiegesprek voert HR of jijzelf

4

Hoe bereiken we de collega die het platform niet uit zichzelf opent?

Communicatie

5

Wat levert het een zorgmedewerker op, en hoeveel tijd kost het haar?

Communicatie, samen met twee teamleiders

6

Wanneer betrekken we de ondernemingsraad, en wat zien leidinggevenden per medewerker?

HR, samen met de jurist

7

Wie beheert het over drie jaar, hoeveel uur kost dat, en wat valt buiten de prijs?

ICT, samen met HR

8

Hoeveel nieuwe leveranciers en koppelingen komen erbij, en wie houdt die in de lucht?

ICT

9

Hoe groot is de partij die het bouwt, en wat als die wegvalt of wordt overgenomen?

ICT, samen met inkoop of de controller

10

Wat ligt vooraf vast over de gegevens van medewerkers, en wat gebeurt er als we stoppen?

ICT, samen met de functionaris gegevensbescherming

Wat willen we oplossen, en is het bewezen?

Vraag 1: Welk probleem willen we oplossen, en hoe zien we over twee jaar dat het gelukt is?

Deze vraag beantwoord je zelf, met het cijfer van nu dat HR aanlevert. Het antwoord past in één zin: het probleem, een meetpunt dat je nu al kunt volgen en de stand van vandaag. Staat er alleen een doel, zonder dat cijfer van nu, dan is het antwoord nog niet af. Doorvragen kan dan met: “Welk cijfer moet over twee jaar anders zijn, en wat is het nu?”

Vraag 2: Kan wat we al hebben dit ook, en wat kan het precies niet?

Je wilt per functie naast elkaar zien wat het bestaande systeem wel en niet doet, met de kosten van bijbouwen erbij. Dat overzicht hoort ook bij Sibi, dat naast het bestaande HR-systeem komt en het niet vervangt. Blijft het antwoord algemeen, dan is de logische vervolgvraag: “Welke functie ontbreekt precies, en wat kost het om die te bouwen?”

Vraag 3: Wat werkt hiervan vandaag bij een organisatie zoals de onze, en wat is nog in ontwikkeling?

Het beste bewijs is een organisatie die op de jouwe lijkt en het systeem al een tijd gebruikt. Daarbij hoort wat er is gemeten, en door wie. Wat nog in ontwikkeling is, noemt een eerlijke aanbieder ook zo. Is er nog niets gemeten, dan wil je in elk geval weten met wie je kunt praten. Blijft het bij tevreden klanten zonder namen, dan helpt de vraag: “Met wie mag ik spreken, en wat is er sinds de start gemeten?”

Wie moet het gaan gebruiken?

Of een systeem voor medewerkers werkt, beslist uiteindelijk de zorgmedewerker. Ze opent het tussen twee cliënten door, als het haar in die paar minuten iets oplevert. Vraag 4 tot en met 6 gaan over haar: hoe je haar bereikt, waarom ze het opent en wat leidinggevenden over haar te zien krijgen.

Vraag 4: Hoe bereiken we de collega die het platform niet uit zichzelf opent, en wat doet de aanbieder daarin?

Je wilt de hele route naar die collega horen, van de overdracht en het teamoverleg tot het platform, en wat de aanbieder daar zelf in doet. Daar hoort een cijfer per team bij: welk deel het bericht heeft geopend, en dus niet alleen hoeveel berichten er zijn verstuurd. Klinkt het alsof inloggen genoeg is, dan is die route nog niet uitgedacht. Je kunt dan vragen: “En de collega die het niet opent, hoe merk ik dat?”

Vraag 5: Wat levert het een zorgmedewerker op een gewone werkdag op, en hoeveel tijd kost het haar?

Een zorgmedewerker opent een systeem alleen als ze er zelf iets aan heeft. Je wilt daarom één concreet voorbeeld horen: wat doet ze er op een gewone werkdag mee, en hoeveel minuten kost dat? Dat voorbeeld moet ook passen bij collega’s die geen werkmail hebben of niet op één vaste plek werken, zoals in de wijkzorg. Een opsomming van functies is nog geen antwoord: dat het op de telefoon werkt, zegt niets over wat ze eraan heeft. Een goede vervolgvraag: “Wat heeft een nieuwe collega eraan in haar eerste week?”

Vraag 6: Wanneer betrekken we de ondernemingsraad, en wat kunnen leidinggevenden in het systeem per medewerker zien?

Is instemming van de ondernemingsraad nodig? Vaak wel, maar het hangt af van de inrichting. De ondernemingsraad moet instemmen met regels over de persoonsgegevens van medewerkers, en met systemen waarmee je kunt volgen wie er is, wat iemand doet of hoe iemand presteert. Dat staat in artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden. Of het voor jullie inrichting geldt, laat je juridisch toetsen.

Je wilt weten wie die toets heeft gedaan, welk onderdeel van artikel 27 daarbij is bekeken en wanneer de ondernemingsraad erbij komt. Dat de ondernemingsraad er wel van weet, is niet genoeg. De vraag die dan past: “Wanneer krijgt de ondernemingsraad het voorstel schriftelijk?”

Wat vraagt het van ons, nu en straks?

Vraag 7: Wat vraagt het over drie jaar van onze mensen: wie beheert het, hoeveel uur per maand, en wat valt buiten de prijs?

Concreet wordt het pas met een functie, de uren per maand, wie het beheer overneemt bij ziekte of vertrek en wat er buiten de licentie valt. Wie alleen weinig beheer belooft, zonder een aantal uren, geeft je niets om mee te rekenen. Een vraag die dan verder helpt: “Hoeveel uur beheer per maand kost het bij onze locaties, en wie neemt dat beheer over als onze beheerder uitvalt?”

Vraag 8: Hoeveel nieuwe leveranciers en koppelingen komen erbij, en wie houdt die koppelingen in de lucht?

Hier gaat het om een telling, met per koppeling wie het onderhoud doet. Een goede aanbieder scheidt ook wat vandaag al draait van wat nog gebouwd moet worden. Zegt de aanbieder alleen dat koppelen geen probleem is, zonder aantallen, dan weet je nog niet waar je aan begint. Een bruikbare vervolgvraag is: “Welke van die koppelingen draaien nu bij een klant?”

Vraag 9: Hoe groot is de partij die het bouwt, en wat gebeurt er met ons als die partij wegvalt of wordt overgenomen?

Een aanbieder die deze vraag serieus neemt, vertelt hoe groot het bedrijf is en hoe lang het al bestaat. Ook hoor je wat er bij een overname of faillissement met de dienst en de gegevens gebeurt, en wat je organisatie dan zelf in handen heeft. Hoor je alleen iets over de financiële gezondheid, dan vraag je door: “Wat krijgen wij als jullie morgen ophouden te bestaan?”

Vraag 10: Wat ligt vooraf vast over de gegevens van onze medewerkers, en wat gebeurt ermee als we over vier jaar stoppen?

Een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA) is verplicht als een verwerking waarschijnlijk een hoog privacyrisico oplevert, en of dat zo is, beoordeelt de organisatie zelf. Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens is die kans op een hoog privacyrisico groter als het om gegevens van medewerkers gaat. Is de conclusie dat een DPIA niet nodig is, dan vraagt de toezichthouder daar ook een onderbouwing voor.

In het antwoord hoort de uitkomst van die afweging over de DPIA, met de datum en wie de afweging heeft gemaakt. Voor het moment dat jullie met het systeem stoppen, staat erin welke gegevens en inhoud je terugkrijgt, in welk formaat en wanneer, en wat aantoonbaar wordt verwijderd. Met alleen de belofte dat alles aan de AVG voldoet, weet je nog niets. Dan helpt de vraag: “Wie heeft beoordeeld of een DPIA nodig was, en wat was de uitkomst?”

Zo werk je de lijst door

In vier stappen kom je van deze lijst tot een besluit:

  1. Het probleem vastleggen

    Je schrijft eerst op welk probleem het systeem moet oplossen en aan welk cijfer je gaat zien dat het werkt, zoals het verloop in het eerste jaar. Dat doe je voordat een aanbieder aan tafel zit.

  2. De vragen verdelen

    Elke vraag krijgt een eigenaar en een datum voor het antwoord.

  3. De antwoorden wegen

    Je legt elk antwoord naast wat je wilde horen en markeert waar je verder moet vragen.

  4. Besluiten en vastleggen

    Je besluit met de antwoorden erbij en legt vast waarom je zo kiest.

Ook een leeg antwoord is informatie. Kan een aanbieder een vraag nog niet beantwoorden, dan weet je waar het risico zit, en dat hoeft geen reden te zijn om af te haken, zolang je dat risico bewust neemt.

Wanneer past een ander systeem beter?

Niet elk probleem vraagt om een nieuw systeem. Soms zit de oplossing in wat er al is, of in een ander soort systeem. Om dat te kunnen wegen, helpt het om te weten waar zo’n systeem voor bedoeld is:

Begrip

Medewerkersplatform

Dit is een platform dat medewerkers zelf gebruiken. Via dat platform bereikt een organisatie hen op telefoon of computer, voor nieuws, het inwerken, de vraag hoe het gaat en het afscheid.

Zo’n platform helpt vooral bij bereiken en vasthouden. Gaat het om registreren, betalen of opleiden, dan ligt een ander systeem meer voor de hand. Wie een salarisadministratie, een wervingssysteem of een leeromgeving zoekt, is bij Sibi dan ook niet aan het juiste adres. Op een aparte pagina lees je waar Sibi bewust niet van is.

Wat je moet onthouden

  • Een leeg antwoord van een aanbieder laat zien waar het risico van het besluit zit.

  • Of een systeem voor medewerkers werkt, blijkt vooral bij wie niet achter een bureau werkt.

  • Een bruikbaar antwoord noemt een naam, een aantal of een datum, geen algemene belofte.

  • Wat er bij stoppen met de gegevens van medewerkers gebeurt, hoort vast te liggen vóór de start.

Als je verder wilt kijken of praten

De eerste vraag blijft de belangrijkste: welk probleem je oplost en hoe je over twee jaar ziet dat het gelukt is. Met dat antwoord kun je het besluit later uitleggen, ook als het anders loopt dan gedacht. Wil je de vragen eerst met iemand doorlopen, dan kan dat in een gesprek met de oprichter van Sibi. Wie het voorstel voorbereidt, leest in de klantverhalen hoe zorgorganisaties met Sibi werken aan bereik, welkom en behoud, verteld door collega’s van HR, ICT en communicatie.

Veelgestelde vragen

Dat staat in de statuten van je organisatie: volgens de Governancecode Zorg leggen die vast welke besluiten van de raad van bestuur vooraf goedkeuring van de raad van toezicht nodig hebben. Een investering in een systeem voor medewerkers staat niet in de minimumlijst van de code, dus het eerste om na te gaan is of de statuten goedkeuring vragen, bijvoorbeeld boven een bepaalde investeringsomvang. Verantwoording afleggen aan de raad van toezicht doet de raad van bestuur hoe dan ook.

Ja, als je hem zo opzet dat de uitkomst iets zegt over de hele organisatie. Dan leg je vooraf het meetpunt vast en kies je een groep die op de rest lijkt. Daar horen ook teams bij die buiten het zicht werken, zoals in de wijk of in de nachtdienst, want een pilot met alleen enthousiaste teams zegt weinig. Waarom een verandering na een geslaagde pilot toch kan stranden, staat bij verandering laten landen op de werkvloer.

Een HR-systeem is de bron van de gegevens over medewerkers: het bewaart het dossier, het salaris, het verlof en het verzuim. Een systeem voor medewerkers is gebouwd voor wat medewerkers zelf doen, van het welkom tot het afscheid. Meestal haalt het zijn gegevens via een koppeling uit het HR-systeem.